In 2010 kocht ik op mijn 26e mijn eerste eigen huis in Amsterdam.
Ik woonde toen samen met een vriendinnetje, maar merkte dat ik steeds meer behoefte had aan een eigen plek. Samen met mijn vader bekeek ik daarom verschillende appartementen en we vonden uiteindelijk de perfecte plek. Gelukkig kon mijn vader me financieel helpen; ik kon een hypotheek afsluiten bij hem, waardoor ik uiteindelijk mijn appartement in de Baarsjes kon kopen voor €205.000 kosten koper.
Ik was er ontzettend blij mee en heb er elf jaar met veel plezier gewoond, eerst alleen en later ook samen met Ali. Het was echt mijn thuis.
Een huis waar ik aan gehecht raakte
In die elf jaar zag ik niet alleen mijn eigen leven veranderen, maar ook de buurt.
Toen ik er kwam wonen, was de Baarsjes nog lang niet de populaire wijk die het later werd. Ik weet nog dat mijn vader zelfs de vraag of opmerking heeft gekregen of het wel een veilige buurt was en hij zijn dochter daar wel moest laten wonen.
Maar ik vond het er heerlijk.
Langzaam veranderde de buurt. Koffietentjes, restaurants en winkeltjes schoten als paddenstoelen uit de grond en de wijk werd steeds populairder.
Ook de waarde van mijn appartement steeg enorm. Ik kocht het voor €205.000 en tegen de tijd dat we verhuisden, lag de WOZ-waarde al op €448.000. In 10 jaar tijd was de waarde van de woning meer dan verdubbeld, dat voelde best bizar. Alsof ik door een relatief simpele keuze ineens iets had opgebouwd. De waardestijging was stiekem een eerste inzicht in wat investeren in vastgoed op kan brengen.
Waarom ik het appartement niet verkocht
Na elf jaar verhuisden we van Amsterdam naar Haarlem. We hadden net een lange reis achter de rug, het was coronatijd, ik werkte veel vanuit huis en we hadden inmiddels een hondje. We wisten ook dat we graag kinderen wilden.
Een huis met een tuin en wat meer ruimte voelde daarom als een logische volgende stap.
Wat we met het appartement in Amsterdam zouden doen, was eigenlijk nooit echt een dilemma.
Verkopen had gekund. We hadden de overwaarde kunnen gebruiken om een groter of duurder huis in Haarlem te kopen. Maar dat hoefde voor ons niet. We konden ons nieuwe huis in Haarlem financieren op basis van ons inkomen, zonder de overwaarde uit Amsterdam mee te rekenen.
En eerlijk gezegd wilde ik het appartement gewoon heel graag houden.
Ik hou van Amsterdam. Ik had er ruim tien jaar gewoond en vond het een fijn idee dat ik altijd een plek in de stad zou hebben. Het was mijn eerste huis en daar was ik emotioneel behoorlijk aan gehecht.
Daarnaast speelde er nog iets mee.
Ali is aannemer en werkt als zzp’er. Hij heeft in zijn leven (financieel) andere keuzes gemaakt dan ik. Hij heeft nauwelijks pensioen opgebouwd en ook geen grote financiële buffer.
Dat maakte mij best onzeker.
Het appartement voelde daardoor ook als een soort zekerheid voor onze toekomst. Iets wat we altijd achter de hand zouden hebben.
Was dit echt een goede keuze?
Niet iedereen begreep of steunde onze beslissing.
Meerdere mensen vonden het bijzonder dat we het appartement niet verkochten en zelf meer konden inbrengen om een groter of duurder huis te kopen. Om een lagere maandlast te krijgen. Wat me daarnaast altijd bij blijft is dat in die tijd een goede vriendin van me graag een huis wilde kopen en er destijds tegenaan liep hoe moeilijk dat was. Zij vond het lastig dat wij een appartement aanhielden en heeft me zelfs letterlijk gezegd dat door ‘mensen zoals wij’ starters geen kans op de woningmarkt hadden.
Door die opmerking voelde ik me echt een soort huisjesmelker.
Dat raakte me.
Ik snapte haar frustratie. Zij stond aan de andere kant van de woningmarkt en zag iemand die een woning behield terwijl zij zelf geen huis kon vinden.
Tegelijkertijd voelde het voor mij niet alsof ik bewust een woning aan de markt onttrok. Het was mijn eerste huis, ik had er elf jaar gewoond en kon het niet over mijn hart verkrijgen om het te verkopen. Gelukkig konden we het financieel dragen. Daarnaast gaf het idee een buffer te hebben als deel van de pensioenvoorziening voor Ali mij veel rust.
Achteraf vind ik het eigenlijk interessant dat dat gesprek me zo is bijgebleven. Het gevoel dat je ‘iets verkeerd’ doet door in vastgoed te investeren blijft toch om de hoek kijken.
Verhuren bleek heel makkelijk
Ik had het appartement al twee keer eerder langere tijd verhuurd toen ik in het buitenland was. Ik wist daardoor al dat het ontzettend makkelijk te verhuren was.
Toen we naar Haarlem verhuisden, hebben we het gemeubileerd verhuurd aan young professionals, voornamelijk expats.
Via mijn netwerk kende ik een makelaar die ons hielp. Het appartement was binnen no time verhuurd en heeft eigenlijk nooit leeggestaan.
De huur is ruim voldoende om alle kosten te dekken. We houden momenteel ongeveer €1.600 netto per maand over.
Daar ben ik nog steeds heel blij mee.
Maar er zit inmiddels ook een andere kant aan.
Wat ik nu anders zie
Een aantal jaar geleden hebben we met een adviseur gesproken over het appartement. Die wees ons erop dat het rendement, afgezet tegen de huidige waarde van het pand, eigenlijk relatief laag is.
Dat zette me aan het denken.
Want toen ik het appartement kocht, was het gewoon mijn huis. Inmiddels zit er een aanzienlijk vermogen in.
We hebben in het verleden al eens gekeken wat we met die overwaarde zouden kunnen doen, maar ik wist simpelweg niet goed waar ik moest beginnen. Pas het afgelopen jaar ben ik me daar veel actiever in gaan verdiepen.
En daarmee is mijn blik op het appartement veranderd.
Ik ben nog steeds blij dat ik het heb aangehouden. Misschien juist omdat het nooit een heel bewust financieel plan is geweest.
Ik kocht op mijn 26e een huis omdat ik er wilde wonen.
Ik hield het later omdat ik van Amsterdam hield, omdat het financieel kon en omdat het me een gevoel van zekerheid gaf.
Leave a Reply